EEN BIJZONDERE ONTMOETING MET ONS VERLEDEN

| Het is maandagmiddag en ik ben op weg voor Conrad Stanen. Niet naar Emmeloord zoals normaal gesproken, maar gewoon in “mijn Haarlem”. Ik rijd vanuit Noord over de Spaarndamseweg langs de Paul Krugerkade en kijk uit op wat ooit de Werf Conrad was.

CONRAD | GEBOUWD OP GESCHIEDENIS

Een fabriek van werktuigen voor grondverplaatsing zoals emmerbaggermolens, zandzuigers en elevators. Een andere tijd, maar nog voorzichtig herkenbaar door de gerestaureerde panden van Figee. Ik droom weg in zwart-wit beelden en slapstick-achtige scenes. Conrad Stanen heeft een lange historie op de nationale en internationale markt. Fragmenten hiervan vind je online en in de gemeentelijke en provinciale archieven. Er zijn foto’s en zelfs filmpjes van het Stork concern in Haarlem, waar de roots van de organisatie liggen. Conrad Stork stond bekend om haar innovatieve kracht in de productie van vooral havenkranen. Dat lees je terug in de documentatie. Maar de verhalen achter de organisatie en de mensen zijn doorgaans een stuk lastiger te achterhalen. En juist die raken me. Af en toe hoorde ik in Emmeloord eens een anekdote uit lang vervlogen tijden, maar dit keer had ik dubbel geluk.

Een eerste ontmoeting

Op de Open Days in december 2018 sprak ik bij de entree twee heren die ik eerder had gezien bij Conrad. Het bleken Rob Alders en Willem Woning, beide oud werknemers van Conrad. Zij waren met een aantal familieleden, waarvan enkelen ook bij Conrad hadden gewerkt, speciaal voor de open dagen overgekomen vanuit het Westen van het land, Heemstede, Haarlem, Overveen. En wat ik direct zo prachtig vond: hun trots en enthousiasme waren voelbaar, vanaf de eerste stap over de drempel. Dit was nog steeds hún bedrijf, dit waren nog altijd een beetje hún machines. Niet geheel toevallig trof ik het gezelschap aan het einde van de dag wederom. Zij vroegen of ze nog even mochten kijken bij de schaalmodellen boven die ze zelf eerder hadden gerestaureerd en geschonken. En zo ontstond een gesprek over die machines, over avonturen in verre landen en over de organisatie zoals zij die hadden beleefd. Een gesprek wat mij betreft de hele dag had mogen duren en wat dus een vervolg verdiende.

Een leerschool waar je U tegen zegt En nu, bijna twee maanden later zit ik in Heemstede bij de heer Alders thuis aan de eettafel, op slechts een paar kilometer van de oude fabriek. Voor me een stuk taart en pak ‘m beet 175 jaar aan levenservaring. Waarom? Simpelweg omdat er zonder historie geen innovatie kan zijn en ik meer dan benieuwd ben naar al die verhalen, maar ook naar de vriendschap tussen deze mannen. En die is er. Ze zijn op elkaar ingespeeld, vullen elkaar aan, maar durven ook, kritisch te zijn naar de ander. Een prachtige dynamiek die decennia geleden ontstond op de werkvloer. Willem Woning kwam midden in de oorlog in 1943 als jochie van 16 jaar bij Conrad in Haarlem terecht. Hij deed de Ambachtsschool, haalde er zijn diploma Automonteur en Rijwielhersteller en doorliep de leerschool bij Stork. Hij hield zich bezig met de reparatie van kranen die de Duitsers hadden gebombardeerd en die in het IJ beland waren.

Na een periode van keihard werken en heel veel leren moest Willem uiteindelijk in militaire dienst als foerier, gedurende politionele acties in Indonesië. Drie jaar lang was hij eruit en toen hij terugkwam in augustus 1950 werd hij direct geplaatst op de productie van de afdeling diepboor onder leiding van Ome Jan Vos. Deze man werd zijn leermeester en eigenlijk veel meer dan dat. Bij hem groeide hij op, werd hij volwassen. En toen Ome Jan jaren later werd overgeplaatst mocht Willem als meewerkend voorman aan de slag en later ook als leermeester. Hij bouwde samen met de groep jongens die hij zelf had opgeleid zijn eerste nieuwe machine. Normaal gesproken waren zij slechts met een onderdeel bezig en nu was de complete installatie hun verantwoordelijkheid. Hij gaf hen mee dat het eindproduct picobello moest zijn. Net als “grote mensen” het zouden doen, zo zei hij dat. Ze gingen keihard aan de slag en mochten na het proefdraaien mee met de demonstratie. Een geweldige ervaring voor Willem, maar ook voor die jonge gasten natuurlijk.

Over grenzen heen

Willem zat later een lange tijd in Bangladesh, het werd zijn thuis. Hij leerde het land kennen, de taal en de gebruiken, maar vooral de mensen. Met hen bouwde hij een warme band op. Hij voelde zich verantwoordelijk voor “zijn mensen” en die om hen heen. Hij vertegenwoordigde Conrad Stork en deed dat met heel zijn hart en ziel. En dat was naast het harde werken niet altijd eenvoudig. Hij trok zich het lot van de lokale bevolking erg aan. en vocht voor eerlijke handel en goede arbeidsomstandigheden. Toen hij zag dat er beschimmelde dekens werden verkocht, terwijl deze waren geschonken, zorgde hij voor nieuwe gratis exemplaren. En toen een hydraulisch ventiel lekte en bleek dat er krassen op de plunjer waren ontstaan, doordat men met vervuilde olie werkte - er was in het hele land nauwelijks olie verkrijgbaar - ging Willem zelf met een oude doek en een fles schuurmiddel aan de slag om deze te verwijderen. De lekkage moest en zou verholpen worden.

In Indonesië zag hij ook veel armoede. Voor zijn team regelde hij stiekem extra ondergoed, omdat er daar bijna niets te krijgen was. En ’s ochtends voor zevenen ging hij op pad voor levensmiddelen als vlees en gedroogde aardappelen, wat nu chips zijn. Tijdens de politionele acties werkte hij 48 uur achter elkaar, om zijn jongens te helpen. Zelf liep hij o.a. malaria en geelzucht op en lag maar liefst drie maal in het ziekenhuis. Het Maleisisch maakte hij zich snel eigen en dat gaf hem veel later een voorsprong in het contact met de bevolking. Het bijzondere was dat hij het land met zijn wapen in de hand had leren kennen en jaren later terugkwam om met machines het land verder te helpen ontwikkelen. Uiteindelijk stond hij daar nu om de werking van de machines uit te leggen. Hij was geen boormeester, maar hij leerde veel van de mannen van de Bataafse Petroleum Maatschappij (BPM), het latere Shell. Andersom was hij streng voor ze als het ging om het gebruik van de machine. “Ik stond achter ze en als ze de fout ingingen dan tikte ik ze op de vingers. Anders dan tegenwoordig natuurlijk.”

Liefde voor Conrad

De tien jaar jongere Rob Alders kwam pas in 1967 bij Conrad terecht. Hij werd na zijn studie baggerwerktuigkunde in Delft en wat ervaring bij twee aannemers door het bekende Conrad Stork uitgenodigd. “Dat vond ik lollig”, zegt hij nu. Zij hadden o.a. kranen, tandwielkasten, grondverzet en de “Beavers”-baggerwerktuigen. En dat triggerde natuurlijk. Hij volgde in eerste instantie de vader van Beau van Erven Dorens op als Chef Tekenkamer Afdelingshoofd Baggerwerktuigen (en Grondboor Apparatuur) en werd vervolgens Branch Manager en Commercieel Manager van de Afdeling Grondverzet. In 1980 werd zijn rol nog commerciëler als Verkoper & Export Manager van de afdeling en werd hij lid van het managementteam. In juni 1983 verliet hij Conrad weer toen de organisatie verhuisde naar Emmeloord. Met twee jonge kinderen in Haarlem zag hij die stap niet zitten. Wel hielp hij nog mee met de verhuizing. Want zo deed je dat toen. Zijn liefde voor de werktuigbouw, het vinden van nieuwe technologische oplossingen, werd nooit minder, noch die voor Conrad.

We praatten verder over dat veel oplossingen en technieken die we bedenken als mens voortkomen uit de natuur. Zoals het vibreren en losmaken van de omringende grond, zoals vogels dat doen op zoek naar voedsel. Dit leidde tot anekdotes over de uitdagingen met de Geodoff, een vibracorer voor het nemen van monsters van de zeebodem, die werd ingezet aan boord van een groot Duits onderzoeksschip. Conrad kreeg een telex dat Willem zo snel mogelijk naar Mozambique moest. Zo ging dat vaak. Dan meldde hij zich ’s ochtends op kantoor om vervolgens via zijn huis weer naar Schiphol af te reizen. Hij vloog de hele wereld over. En dat kon, omdat het thuis goed was. De machine reed Willem binnen Europa vaak zelf naar de klant toe, zo kon hij direct de juiste instructies geven.

In dit geval was de kabel, bestaande uit 64 aders omwikkeld met piepschuim voor het drijfvermogen, doorgezaagd. Bij aankomst bleek de machine al in de loods te staan. Alle aders lagen bloot, in verschillende kleuren, dat wel. Het zweet brak Willem uit, zeker omdat het daar in die loods bloedverziekend heet was. Veertig graden was eerder regel dan uitzondering wist hij later. Met zijn speciale mes en met de hulp van de Duitse elektricien aan boord kreeg hij het met veel bloed, zweet en tranen voor elkaar de kabel te herstellen. Totdat een paar dagen later het noodlot opnieuw toesloeg.

Nu was de kabel in de schroef van het schip terecht gekomen, die prompt was vastgeslagen. De kapitein ging eigenhandig overboord en waagde zijn leven tussen de haaien om de kabel los te maken. In het ruim draaide het team handmatig de schroef de tegengestelde richting uit en dat zorgde voor succes. In Noord-Amerika werd een andere Geodoff ingezet. Deze was uitgerust met een spoelkop voor hoog toerental om diamantboren in beton mogelijk te maken. Zo konden de pijlers van een brug worden onderzocht. In het weekend maakte Willem kennis met het fameuze hippie festival Woodstock dat in 1969 in Bethel werd georganiseerd. Unieke ervaringen die hij nooit voor mogelijk had gehouden en die zijn leven bepaalden.

“Meneer de ingenieur en de Colaman; bijnamen die met respect worden uitgesproken.”


Vriendschap door twee eeuwen heen

De vriendschap tussen Alders en Woning komt direct voort uit hun samenwerking bij Conrad. Zoals dat vaker gebeurt op de werkvloer. Woning die zichzelf zag als doodgewone medewerker was direct onder de indruk van meneer Alders de ingenieur. Andersom was dat niet minder. Rob vroeg Willem keer op keer mee te denken over oplossingen. Hij had die praktijkervaring nodig. Willem vroeg Rob mee op zijn klussen, zodat hij het werk in praktijk zag. Als ze samen weggingen dan was het steevast Willem die reed, in de Volkswagen. Hij dronk en drinkt nog steeds geen druppel alcohol en in Bangladesh was water drinken niet verstandig. Hij dronk liever cola. Bovendien was dat spul uitermate effectief voor het losmaken van moeren. Zo kreeg hij de bijnaam: Colaman.

Een prachtige rolverdeling hadden ze en die is er nog. Van een mogelijke hiërarchie is trouwens helemaal niets te merken. De kracht ervan wordt bewezen door de huidige status. Twee mannen van in de tachtig en negentig die samen herinneringen ophalen, samen delen en die dat tot op de dag “verdomd belangrijk” noemen. Ik vind het een voorrecht om hiervan getuige te zijn. En als ik al niet trots was op die grondboor machinebouwer in Emmeloord, dan ben ik het nu wel.

Een logisch vervolg …. Van Rob Alders en Willem Woning kregen we veel meer dan alleen herinneringen en een brok in de keel. Mappen vol oude brochures, reisverslagen en technische informatie liggen te wachten op aandacht. Ik beloof plechtig er de komende maanden aandacht aan te schenken en zal zo nu en dan wat uit de “oude doos” delen. Gewoon omdat het teveel is om in een keer te verwerken en omdat we alleen kunnen innoveren door onze geschiedenis te kennen. Meneer Rob en meneer Willem, ontzettend bedankt voor jullie tijd en inzet. Conrad is net zo trots op u als andersom.

Bernard Klaassen
Marketing Conrad


Terug naar het overzicht
Innovation in drilling equipment

Conrad Stanen B.V.

Adres Escudo 21
8305 BM Emmeloord, NL
Telefoon +31 (0)527 69 71 96
Fax +31 (0)527 61 0194
E-mail info@conrad-stanen.nl
Alle contactgegevens

Bel mij terug

We gaan veilig en zorgvuldig met je gegevens om. Meer hierover in onze privacyverklaring

* Verplicht veld